De laatste traan, eerbetoon aan twee Zeeuwse walvisvaarders

De laatste traan, boek over de walvisvangst met de Willem Barendsz, 1946-1964 Jaap R. Bruijn en Joost C.A. Schokkenbroek.

Dit is een eerbetoon aan twee Zeeuwse walvisvaarders. Ter gelegenheid van een expositie in het Scheepvaartmuseum in Amsterdam maakte ik voor de PZC eind 1986 een verhaal over de naoorlogse walvisvaart.

Leijn Versluijs uit Colijnsplaat (toen 71 jaar) vertelde over zijn werk als lemmer en flenser. Albert Veldkamp uit Vlissingen (toen 61 jaar) was stuurman op het fabrieksschip Willem Barendsz. Zij figureerden in een bijlageverhaal, dat 13 december 1986 in de PZC werd gepubliceerd. Bij de vorige maand verschenen studie De laatste traan moest ik weer aan die mannen denken. Zij zijn voor mij de Zeeuwse gezichten van de Nederlandse walvisvaart. Bovendien: Veldkamp werkte mee aan het nieuwe boek.

Ik herinner me dat ik destijds best veel moest lezen en opzoeken om een beeld van die naoorlogse walvisvaart te krijgen. Met het boek De laatste traan – Walvisvangst met de Willem Barendsz, 1946-1964 heb ik nu alle info zo voor handen. Best opmerkelijk dat het nog zo lang heeft geduurd voor er een ‘afsluitende’ studie over een betrekkelijk korte en overzichtelijke periode van Nederlandse walvisvangst kwam. De gepensioneerde maritiem historicus Jaap R. Bruijn (1938) en Joost C.A. Schokkenbroek (1961), conservator bij het Nederlands Scheepvaartmuseum in Amsterdam, schreven een mooi overzichtswerk, waarin duidelijk wordt dat Nederland een opmerkelijke rol speelde in de laatste fase van de commerciële walvisvaart.

Om maar meteen met het schokkendste te beginnen: Nederland heeft een belangrijke bijdrage geleverd aan de overbevissing op de baleinwalvissen en potvissen. Niet zozeer kwantitaief. De in 1946 voor het eerst uitgevaren Willem Barendsz (en diens gelijknamige opvolger in 1955) was slechts één van de ongeveer twintig fabrieksschepen, die in de wintermaanden bij Antarctica actief waren. Veel essentiëler is dat een Nederlandse regeringsdelegatie in 1958 mogelijk de totstandkoming van een internationaal visquotum heeft geblokkeerd. In de epiloog wordt het zo gezegd (pagina 256): ,,Nederland ontkende ‘stock decline’ van de walvissen en eiste een substantieel aandeel in de internationale jaarvangst. Het was een eis die door niets werd gerechtvaardigd. Hierdoor duurde het drie tot vier jaar langer voordat een quotum-overeenkomst kon worden bereikt. Toen was het ‘too late to save the whales’.” Misschien een overdreven constatering, schrijven Bruijn en Schokkenbroek, maar het is in elk geval de visie van Noren en Britten: ,,Nederland werd gezien als een ongewenste en veeleisende indringer in een wereld die de Britten en vooral de Noren als de hunne beschouwden.”

De laatste traan, Walvisvangst met de Willem Barendsz, 1946-1964 Jaap R. Bruijn en Joost C.A. Schokkenbroek – Walburg Pers, 272 pagina’s, gebonden en geïllustreerd, € 29,95
 

LIJST - VORIG ITEM - VOLGEND ITEM

secretariaat SMF
Schippersgracht 9
1011 TS Amsterdam
secretariaat@deprinshendrikstichting.nl
  Samenwerkende Maritieme Fondsen is een samenwerking van zes
historische maritieme fondsen in Nederland.
  ontwerp on_line
realisatie Colibri